ECLI:NL:GHAMS:2005:AS6028
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- L.H.A.M. Voncken
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- F.A.A. Duynstee
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alimentatieduur en misbruik van appellatie na tweede echtscheiding
Partijen zijn in 1995 zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd en in 1996 gescheiden. In 1999 zijn zij opnieuw getrouwd, ditmaal met huwelijkse voorwaarden, waarna het huwelijk in 2004 weer werd ontbonden. De vrouw vorderde een alimentatie-uitkering van €16.602,50 per maand voor twaalf jaar na de echtscheiding. De man verzocht dit te verlagen en de termijn te beperken.
Het hof oordeelde dat de vrouw behoefte heeft aan een aanvullende uitkering van €13.000 per maand, mede gelet op haar huur- en rente-inkomsten die voldoende zijn voor eten en drinken. De man kon niet aannemelijk maken dat hij deze alimentatie niet kon betalen, mede vanwege zijn omvangrijke privévermogen, waaronder een kunstcollectie met een verzekerde waarde van ruim €13 miljoen.
Het hof verwierp het beroep van de vrouw op artikel 1:166 BW Pro voor de duur van de alimentatie na het tweede huwelijk, omdat de gevolgen van het eerste huwelijk volledig waren afgehandeld. Verder oordeelde het hof dat de vrouw misbruik maakte van haar appellatierecht door hoger beroep aan te tekenen tegen de echtscheiding zonder bijzondere omstandigheden. De alimentatieverplichting werd vastgesteld tot uiterlijk april 2009, vier jaar en tien maanden na het tweede huwelijk.
Uitkomst: De man moet €13.000 per maand alimentatie betalen tot uiterlijk 14 april 2009; de vrouw maakte misbruik van haar appellatierecht.