ECLI:NL:GHAMS:2005:AS6020
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Wigleven
- Driessen-Poortvliet
- Doek
- Rechtspraak.nl
Gezagswijziging als uiterste middel om omgang tussen vader en minderjarige te bewerkstelligen
Partijen, de moeder en de vader, hebben een kind samen dat bij de moeder woont. Na beëindiging van contact door de moeder wegens vermoedens van seksueel misbruik, die later werden geseponeerd, zijn diverse omgangsregelingen vastgesteld. Deze werden echter door de moeder niet nageleefd, ondanks dwangsommen.
De Raad voor de Kinderbescherming en een GZ-psycholoog adviseerden dat het in het belang van het kind is dat zij regelmatig contact met beide ouders heeft en dat het gezag bij de vader alleen wordt gelegd om omgang te bevorderen. De moeder betwistte dit en stelde dat het niet in het belang van het kind is om het gezag aan de vader toe te kennen.
Het hof oordeelt dat gezagswijziging een uiterste middel is om omgang te bewerkstelligen, maar gezien de situatie en het advies van deskundigen acht het hof het in het belang van het kind om de vader alleen met het gezag te belasten. De feitelijke zorgverdeling blijft ongewijzigd, waardoor de leefsituatie van het kind niet ingrijpend verandert. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking waarbij de vader alleen met het ouderlijk gezag over de minderjarige wordt belast om omgang te waarborgen.