ECLI:NL:GHAMS:2004:AZ7353
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting vernietigd wegens prijsgeven niet voor verwezenlijking vatbare rechten
Belanghebbende, een tussenhoudster binnen de Y-groep, was in geschil met de inspecteur over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1996/1997 en de daarbij opgelegde boete. De kern van het geschil betrof de vraag of de kwijtscheldingswinst die voortvloeide uit het prijsgeven van een lening door een crediteur als niet voor verwezenlijking vatbare rechten moest worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat het onredelijk is om de bewijssanctie van artikel 27e AWR toe te passen indien een alsnog ingediende aangifte alle noodzakelijke gegevens bevat. Vervolgens werd vastgesteld dat G, de crediteur, zich als een redelijk en zakelijk handelende partij had gedragen door de vordering deels kwijt te schelden, omdat inning van het volledige bedrag naar redelijke maatstaven niet mogelijk was.
De inspecteur stelde dat de vordering volwaardig was en dat geen sprake was van prijsgeven, maar het hof vond voldoende aanwijzingen dat de vordering onvolwaardig was, mede gelet op de beurskoers en financiële positie van Y. Het hof vernietigde daarom de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1996/1997 wordt vernietigd wegens prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten.