ECLI:NL:GHAMS:2004:AS3960
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Voncken
- Driessen-Poortvliet
- Broekhuijsen-Molenaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verbeurdverklaring aandeel in huwelijksgemeenschap wegens opzettelijk verzwijgen
In deze zaak vordert de vrouw in hoger beroep de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap in gelijke delen, waarbij zij stelt dat de man zijn aandeel heeft verbeurd door opzettelijk goederen te verzwijgen. Het hof verwijst naar een eerder tussenarrest en constateert dat de man niet volledig heeft voldaan aan zijn informatieplicht omtrent diverse bankrekeningen en financiële transacties.
Tijdens comparities en nadere comparities heeft de man slechts gedeeltelijk inzicht gegeven in de bestedingen en rekeningen, waarbij hij geen volledige uitleg kon geven over diverse bedragen en transacties. De vrouw stelt dat de man bewust informatie achterhoudt en beroept zich op artikel 3:194 lid 2 BW Pro om zijn aandeel in de gemeenschap te verbeuren.
Het hof oordeelt dat de vrouw haar stellingen voldoende aannemelijk heeft gemaakt en dat de man nalatig is geweest in het voldoen aan zijn informatieplicht. Hierdoor wordt het vonnis waarvan beroep vernietigd voor zover de vrouw tot betaling aan de man is veroordeeld en wordt de vordering van de vrouw toegewezen tot betaling van een bedrag van €46.421,75 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 februari 1999. De proceskosten worden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van de vrouw toe en veroordeelt de man tot betaling van €46.421,75 met wettelijke rente vanaf 23 februari 1999.