ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8787
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Goes
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke navorderingsaanslagen en boetes wegens onttrekking nalatenschapsvermogen via buitenlandse trusts
Belanghebbende, als executeur-testamentair van haar oom en tante, heeft aanzienlijke tegoeden uit België opgenomen en via Luxemburg en Zwitserland ondergebracht in een trust. Het Hof acht aannemelijk dat zij gelden uit de nalatenschap heeft verduisterd en deze inkomsten niet heeft verantwoord in haar belastingaangiften over de jaren 1992 tot en met 1998.
De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op wegens het niet juist aangeven van deze inkomsten. Belanghebbende voerde verweer, waaronder dat er geen sprake was van onttrekking en dat de boetes onterecht waren. Het Hof concludeert dat belanghebbende niet volledig en juist heeft verklaard, en dat de inspecteur terecht navorderingsaanslagen heeft opgelegd, waarbij de inkomsten uit het onttrokken vermogen als inkomsten uit arbeid worden aangemerkt.
De boetes zijn passend geacht vanwege opzettelijk handelen en het gebruik van buitenlandse constructies om het vermogen buiten het zicht van de fiscus te houden. Wel is de boete verminderd tot 90% vanwege een verzuim van de inspecteur in de bezwaarfase. Tevens is de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding aan belanghebbende wegens de bezwaarfase.
Het Hof verklaart het beroep gegrond voor de aanslag over 1995 en vermindert deze, verklaart het beroep ongegrond voor andere jaren, en vermindert de boetes. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor 1995 met vermindering van de aanslag en boetes worden verminderd tot 90%, overige aanslagen worden gehandhaafd.