ECLI:NL:GHAMS:2004:AR8450
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Vermindering verzuimboete wegens te late aangifte inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende had een aangifte inkomstenbelasting over 2001 ingediend, waarvan de uiterste inleverdatum na uitstel 1 maart 2003 was. De inspecteur stelde dat de aangifte pas op 14 augustus 2003 per fax was ontvangen en legde daarom een verzuimboete van €113 op. Belanghebbende stelde dat de aangifte tijdig was ingediend, met een verklaring dat het formulier op 23 december 2002 per post was verzonden. Tijdens de zitting verklaarden belanghebbende en zijn gemachtigde echter verschillende data en wijzen van indiening, en konden zij geen kopie van de eerder ingediende aangifte overleggen.
Het Hof oordeelde dat de bewijslast in eerste instantie bij de inspecteur ligt om aan te tonen dat de aangifte niet tijdig is ingediend. Door de tegenstrijdige verklaringen van belanghebbende en zijn gemachtigde rust de bewijslast vervolgens op belanghebbende om tijdige indiening aan te tonen. Dit is niet gelukt. De enige kopie van het aangiftebiljet die bij het geding behoorde, was gedateerd 14 augustus 2003. Daardoor is niet aannemelijk dat de aangifte vóór 3 juli 2003 is ingediend.
Het Hof stelde vast dat de aanslag over 2001 nihil was, waardoor op grond van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 de boete voor een eerste verzuim €22 had moeten bedragen. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur, verminderde de boete tot €22, en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de opgelegde verzuimboete en vermindert deze tot €22 wegens niet tijdige indiening van de aangifte.