ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7923
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Splint
- Broekhuijsen-Molenaar
- Gras
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan moeder wegens onverenigbaarheid gezamenlijk gezag
Partijen zijn in 1988 gehuwd en hebben twee dochters uit dit huwelijk. Na hun echtscheiding in 2002 bleef het gezamenlijk gezag over de kinderen gehandhaafd, met een omgangsregeling voor de vader. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde echter dat het gezag alleen aan de moeder toekwam, vanwege het gebrek aan oog voor de belangen van de kinderen door de vader en zijn diskwalificatie van de moeder.
De rechtbank stelde een omgangsregeling vast die niet werd nageleefd. De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen, terwijl de vader in hoger beroep een omgangsregeling en uitbreiding van de informatieregeling wilde. De vader trok zijn hoger beroep ten aanzien van omgang in incidenteel hoger beroep in.
Het hof concludeerde dat de vader de moeder ernstig belemmert in haar opvoedkundige taak en niet meewerkt aan belangrijke beslissingen, waardoor gezamenlijk gezag niet langer in het belang van de kinderen is. Het hof beëindigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder. Tevens wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de moeder de vader halfjaarlijks schriftelijk informeert over belangrijke zaken en een recente foto stuurt.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag over de kinderen toe aan de moeder en stelt een informatieregeling vast.