ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7709
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Steenbergen
- Holdert
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en herziening van verlies 1996 bij aanslag inkomstenbelasting met afschrijving op onroerende zaken
Belanghebbende, gehuwd met X, maakte bezwaar tegen de vaststelling van het verlies over 1996 in de inkomstenbelasting. De inspecteur had het verlies aanvankelijk vastgesteld op nihil na een brief waarin een herziening werd aangekondigd, maar belanghebbende stelde dat het verlies op ƒ 77.128 was vastgesteld bij de aanslag van 30 november 2000.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de brief van 31 oktober 2001 als een herzieningsbeschikking kon worden aangemerkt en of de inspecteur daarbij handelde in strijd met het vertrouwensbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur. Daarnaast was de hoogte van de afschrijving op diverse panden onderwerp van discussie.
Het hof oordeelde dat het verlies bij de aanslag van 30 november 2000 was vastgesteld op ƒ 77.128 en dat de brief van 31 oktober 2001 als een herzieningsbeschikking moest worden gezien, gebaseerd op een nieuw feit. Het hof verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel en het fair play-beginsel door belanghebbende.
Ten aanzien van de afschrijving stelde het hof vast dat de inspecteur ten onrechte een te lage afschrijving had berekend en corrigeerde dit naar een hoger bedrag, waardoor het verlies over 1996 werd vastgesteld op ƒ 38.797. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hof stelt het verlies over 1996 vast op ƒ 38.797 en vernietigt de herzieningsbeschikking van de inspecteur.