ECLI:NL:GHAMS:2004:AR7378
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Kostense
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Zakelijkheid van rente en kwalificatie lening versus informele kapitaalstorting bij verkoop aandelen
Belanghebbende verkocht in 1997 aandelen in G BV aan X BV, waarvan hij 100% aandeelhouder is. De koopsom bleef grotendeels onbetaald en werd als lening vastgelegd met een rente van 11% enkelvoudig, waarbij rente-uitstel van 30 jaar was overeengekomen. De inspecteur kwalificeerde deze lening als informele kapitaalstorting en stelde dat de rente als dividend moest worden belast.
Het Hof oordeelde dat de civielrechtelijke vorm van geldlening doorslaggevend is en dat geen sprake is van schijnhandeling of deelhebben in de onderneming. De rente-uitstel leidt niet tot kwalificatie als kapitaalstorting. De overeengekomen rente van 11% enkelvoudig komt niet overeen met een zakelijke rente, omdat bij tussentijdse aflossing het rendement veel hoger is dan een samengestelde rente van 5%. De inspecteur stelde een zakelijke rente van 6% samengesteld vast op basis van marktgegevens.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende een bijtelling van rente-inkomsten van € 211.137 moet opnemen volgens artikel 24 lid 4 Wet Pro IB 1964, naast een bijtelling van € 73.562 voor de rekening-courantvordering. De navorderingsaanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen van € 1.110.227. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur en vermindert de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 1.110.227.