ECLI:NL:GHAMS:2004:AR5954
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Geen recht op zelfstandigenaftrek wegens onvoldoende urencriterium en geen vertrouwen op acceptatie
Belanghebbende, een portrettekenares, voerde in 2001 een onderneming waarbij zij portretten in opdracht maakte en verkocht. Zij gaf aan minimaal 1225 uren aan haar onderneming te hebben besteed, een vereiste om in aanmerking te komen voor de zelfstandigenaftrek volgens artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De inspecteur betwistte dit en stelde dat de urenspecificatie onvoldoende onderbouwd was, met name de uren voor websiteonderhoud en promotieactiviteiten.
Tijdens de zitting stelde het hof vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij daadwerkelijk 1225 uren had besteed. Zo werden de uren voor website en cd-rom onderhoud grotendeels door haar echtgenoot en zoon uitgevoerd, en werden de opgegeven uren voor visitekaartjes snijden en andere activiteiten als te hoog ingeschat. Hierdoor moest het totaal met minstens 89 uren worden verminderd, waardoor het urencriterium niet werd gehaald.
Belanghebbende beriep zich ook op het vertrouwensbeginsel, stellende dat de acceptatie van de zelfstandigenaftrek over 2002 door de inspecteur haar het vertrouwen gaf dat zij ook over 2001 aan het urencriterium voldeed. Het hof oordeelde dat de acceptatie over 2002 administratief was en niet inhoudelijk beoordeeld, en dat de inspecteur zijn standpunt over 2001 expliciet had bevestigd. Daardoor was er geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd mondeling gedaan op 4 november 2004 door mr. Goes namens de belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van het urencriterium en geen rechtmatig vertrouwen op acceptatie van zelfstandigenaftrek.