ECLI:NL:GHAMS:2004:AR5911
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- M.E. van Hilten
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vergunning en tariefregeling kokosolie en palmolieproducten
Belanghebbende, een producent van voeders en mengsels, beschikte over een vergunning voor het in het vrije verkeer brengen van kokosolieproducten met een gunstige tariefregeling. Bij controle bleek dat ook andere producten dan in de vergunning bijlage 8 vermeld, zonder heffing werden ingevoerd. De inspecteur legde een uitnodiging tot betaling op voor douanerechten en omzetbelasting. De omzetbelasting werd later ingetrokken vanwege een aanwijzing ex artikel 23 Wet Pro OB.68.
Belanghebbende verzocht tevens om uitbreiding van de vergunning met palmolie, palmpitolie en rundvet. Deze uitbreiding werd pas met ingang van 1 oktober 2001 verleend, ondanks eerdere verzoeken. Belanghebbende stelde dat de vergunning met terugwerkende kracht vanaf 13 december 2000 had moeten gelden en dat de uitnodiging tot betaling onterecht was.
Het hof oordeelde dat de producten waarvoor de gunstige tariefregeling werd toegepast niet overeenkomen met de in bijlage 8 genoemde producten en dat belanghebbende niet had bewezen dat dit wel het geval was. De inspecteur handelde terecht door de vergunning niet met verdergaande terugwerkende kracht toe te kennen dan 1 oktober 2001. De omzetbelasting werd terecht verminderd vanwege de aanwijzing. Het beroep werd gegrond verklaard, de uitnodiging tot betaling verminderd en het bezwaar tegen de vergunninguitbreiding ontvankelijk maar ongegrond verklaard.
Uitkomst: De uitnodiging tot betaling omzetbelasting wordt verminderd wegens juiste aanwijzing en de vergunninguitbreiding geldt vanaf 1 oktober 2001 zonder verdergaande terugwerkende kracht.