ECLI:NL:GHAMS:2004:AR5769
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Loon
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen afwijzing dotatie voorziening bodemsanering 1997
Belanghebbende, een houdstervennootschap binnen de X Groep, had een dotatie van ƒ 750.000 aan een voorziening bodemsanering ten laste van haar winst over 1997 gebracht. De inspecteur had deze dotatie niet in aftrek toegelaten, omdat op de balansdatum geen redelijke mate van zekerheid bestond dat de saneringskosten zich zouden voordoen.
Het hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op 31 december 1997 de toekomstige saneringsuitgaven redelijkerwijs zeker waren. Essentiële voorwaarden voor sanering, zoals overeenstemming met K N.V. over kabelverlegging en met huurder H B.V. over stillegging, ontbraken en waren op balansdatum niet bereikt. Ook de aankoop van het aangrenzende perceel was op dat moment onzeker.
Daarnaast is vastgesteld dat de sanering van een tweede verontreinigde plek op het terrein eveneens afhankelijk was van toestemming van huurder J, en dat de kosten daarvan geactiveerd moesten worden in plaats van ten laste van de winst gebracht.
Gelet op deze feiten en omstandigheden is het beroep ongegrond verklaard. Het hof veroordeelt geen partij in de proceskosten. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van de dotatie aan een voorziening bodemsanering over 1997 wordt ongegrond verklaard.