ECLI:NL:GHAMS:2004:AR5766
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Dutmer
- R. Kostense
- J. Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanmerkelijk belang bij verschillende soorten aandelen op grond van Wet inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende was werknemer bij E BV en had opties op certificaten van aandelen A. De vraag was of deze certificaten een aanmerkelijk belang vormden volgens artikel 4.7 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Belanghebbende stelde dat gewone aandelen en aandelen A als één soort moesten worden beschouwd omdat zij dooreen leverbaar waren en alleen een gezamenlijke winstreserve A hadden. De inspecteur betwistte dit en stelde dat de verschillende winstuitkeringsrechten wezen op verschillende soorten aandelen.
Het Hof oordeelde dat aandelen A en gewone aandelen verschillende soorten zijn omdat zij verschillende vermogensrechtelijke rechten hebben die niet terug te voeren zijn op niet-vermogensrechtelijke verschillen. Hierdoor had belanghebbende op het moment van verkoop van de certificaten een aanmerkelijk belang van 6,09%.
Het Hof vernietigde de aanslag deels en stelde het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang vast op €156.152. Het beroep tegen de heffingsrente was niet-ontvankelijk of ongegrond. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Belanghebbende had een aanmerkelijk belang in aandelen A en de aanslag werd verminderd tot een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €156.152.