ECLI:NL:GHAMS:2004:AR3698
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kemmers
- Rechtspraak.nl
Geen zelfstandigenaftrek wegens onvoldoende aannemelijkheid van uren ondernemingswerkzaamheden
Belanghebbende was in 1999 werkzaam als leraar in bijna fulltime dienstverband en organiseerde daarnaast twee keer per jaar een postzegelveiling, waaruit hij een provisie en een kleine netto winst behaalde. Hij voerde aan meer dan 1225 uur en meer dan de helft van zijn beschikbare tijd aan zijn onderneming te hebben besteed, wat recht zou geven op zelfstandigenaftrek.
De inspecteur stelde het belastbaar inkomen vast zonder zelfstandigenaftrek en verklaarde het bezwaar van belanghebbende ongegrond. Het Hof oordeelde dat de door belanghebbende opgegeven urenverantwoording onvolledig en onaannemelijk was, onder meer omdat de urenstaten een extreem hoog aantal gewerkte uren zonder vakantie lieten zien, en geen ruimte boden voor andere activiteiten zoals betrokkenheid bij een woningverbouwing of voorbereidingen van lessen.
Daarnaast achtte het Hof het onaannemelijk dat belanghebbende gedurende het hele jaar nauwelijks buiten de lesuren op school aanwezig was voor andere werkzaamheden. De geringe omvang van de onderneming en de behaalde provisie maakten het opgegeven aantal uren aan de onderneming ook onwaarschijnlijk.
Het Hof concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij voldeed aan de urennorm voor zelfstandigenaftrek en verklaarde het beroep ongegrond. De inspecteur werd niet veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van zelfstandigenaftrek wordt ongegrond verklaard.