ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2828
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Loon
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Geen eindafrekening vennootschapsbelasting na verkoop Nederlands bedrijfspand en investering in Spaanse vakantiewoningen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, verkocht in 2000 een verhuurd bedrijfspand in Nederland en investeerde vervolgens in vakantiewoningen in Spanje. De inspecteur stelde dat belanghebbende ophield in Nederland belastbare winst te genieten en verhoogde de aanslag vennootschapsbelasting op basis van artikel 16 Wet Pro IB 1964, mede vanwege het ontbreken van een vervangingsreserve.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende naar Nederlands recht is opgericht en daardoor binnenlandse belastingplichtige blijft, ook na emigratie van haar aandeelhouders. De inspecteur had niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende volgens Spaanse wetgeving inwoner van Spanje was geworden, waardoor toepassing van het belastingverdrag en artikel 16 Wet Pro IB 1964 niet aan de orde was.
Daarnaast stelde het Hof vast dat de investering in Spaanse vakantiewoningen economisch vergelijkbaar is met het verkochte bedrijfspand en dat de vervangingsreserve terecht is gevormd. De inspecteur’s argumenten over verschillen in aard van verhuur en incourante belegging werden verworpen.
Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 125.582, en de inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt het belang van correcte toepassing van belastingverdragen en de voorwaarden voor vervangingsreserves.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting verminderd tot een belastbaar bedrag van ƒ 125.582.