ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2672
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- H. Steenbergen
- C.J. van Horzen
- Rechtspraak.nl
Splitsing koopsom boerderij voor grond en opstallen bij landbouwvrijstelling
Belanghebbende verkocht in 1999 een boerderij bestaande uit grond, gebouwen, melkquotum en vee. De koopsom werd in de akte van levering gesplitst in een bedrag voor de grond en een bedrag voor de gebouwen. Belanghebbende stelde dat de waarde van de gebouwen nihil was vanwege het voornemen tot sloop, en dat de koopsom voor de gebouwen feitelijk op de grond betrekking had.
Het hof overwoog dat bij de bepaling van de landbouwvrijstelling het van belang is welk deel van de koopsom betrekking heeft op de grond. De splitsing in de akte van levering, die zakelijk tot stand was gekomen tussen niet aan elkaar verbonden partijen, moet als uitgangspunt worden genomen. Het voornemen van de koper om de gebouwen te slopen doet hier niet aan af.
De brief van de gemachtigde en de akte van levering weerspiegelen de werkelijke afspraken. De waarde van de grond en gebouwen zoals in de akte vermeld, wordt gevolgd. Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag wordt ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en volgt de splitsing van de koopsom in de akte van levering.