ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2292
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alleenstaande-ouderkorting bij co-ouderschap en inschrijving woonadres
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de weigering van de alleenstaande-ouderkorting in de inkomstenbelasting over 1999, omdat zijn kind bij de moeder woont en niet op hetzelfde adres is ingeschreven. De inspecteur had de korting geweigerd omdat niet aan de voorwaarden van de Wet inkomstenbelasting 2001 werd voldaan.
Belanghebbende stelde dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van co-ouders met meerdere kinderen die wel beiden aanspraak kunnen maken op de korting doordat zij kinderen op verschillende adressen kunnen inschrijven. Het hof overwoog dat de wetgever in het geval van één kind bewust heeft gekozen om de korting slechts eenmaal toe te kennen aan de ouder bij wie het kind het grootste deel van het jaar woont en ingeschreven staat.
Het hof oordeelde dat deze regeling niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel uit het internationale verdragenrecht, omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en co-ouders met één kind niet gelijk zijn aan co-ouders met meerdere kinderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de alleenstaande-ouderkorting wordt ongegrond verklaard.