ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2289
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid hypotheekrente bij lening voor eigen woning en onderhoud
Belanghebbende sloot in september 1999 een hypothecaire lening van ƒ 150.000 af, waarvan een deel werd besteed aan aflossing oude lening, rente, kosten en storting op een renterekening. In geschil was welk deel van de lening als kosten eigen woning aftrekbaar is. De inspecteur erkende slechts een deel van de lening als voor de eigen woning bestemd.
Belanghebbende voerde aan dat geen direct verband vereist is tussen de lening en de uitgaven, en verwees naar eerdere uitgaven en een vraag- en antwoordbesluit van de Staatssecretaris. Het hof stelde dat de lening weliswaar voor de woning moet zijn aangegaan en uitgaven daarvoor moeten zijn gedaan, maar dat een onmiddellijke samenhang tussen betalingen en afname tegoed op de renterekening niet vereist is.
Het hof oordeelde dat de lening deels is aangegaan voor de woning en onderhoud, maar niet voor uitgaven uit 1997 en 1998 die ruim voor de lening werden gedaan. De kosten voor houten vloeren in 2001 werden wel als relevant erkend. De auto-aankoop in 2002 deed niet af aan het woningdeel van de lening. Het hof stelde het aftrekbare bedrag vast en verlaagde het belastbaar inkomen dienovereenkomstig.
Daarnaast veroordeelde het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten van belanghebbende. De uitspraak werd op 2 september 2004 mondeling gedaan door het lid van de belastingkamer Van de Merwe.
Uitkomst: Het hof stelde het belastbaar inkomen uit werk en woning vast op ƒ 113.984 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.