ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2279
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Schaap
- Nijenhof
- Rechtspraak.nl
Recht op aftrek buitengewone lasten voor pleegkind ondanks pleeggeldvergoeding
Belanghebbende had haar pleegkind A sinds 1996 in haar gezin opgenomen. A was onder toezicht gesteld en geplaatst in het gezin van belanghebbende, die haar in belangrijke mate onderhoudt, aangezien de pleeggeldvergoeding ontoereikend is. De inspecteur had de aftrek wegens buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van A in de aangifte inkomstenbelasting 1999 geschrapt.
Het geschil betrof of A als pleegkind kon worden aangemerkt en of belanghebbende recht had op aftrek van de gemaakte kosten, ondanks dat de natuurlijke ouders het juridische gezag houden en dat er een pleeggeldvergoeding wordt ontvangen. Het hof stelde vast dat belanghebbende en haar partner de opvoeding van A als eigen kind verzorgen en dat de relatie duurzaam en bestendig is.
Verder oordeelde het hof dat het ontvangen van pleeggeld niet automatisch uitsluit dat het kind als eigen kind wordt onderhouden, mits het deel dat ten laste van de pleegouder blijft substantieel is. Gezien de erkende bijdrage van belanghebbende aan de kosten van A, was aan deze onderhoudseis voldaan.
Ook werd vastgesteld dat belanghebbende geen recht op kinderbijslag heeft, omdat de natuurlijke ouders het gezag houden en kinderbijslag aan hen wordt uitgekeerd. Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de inspecteur en verminderd de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 62.745.
Uitkomst: Belanghebbende heeft recht op aftrek wegens buitengewone lasten voor de kosten van levensonderhoud van haar pleegkind A, ondanks het ontvangen pleeggeld en het feit dat de natuurlijke ouders het gezag houden.