ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ5849
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.S.W. Holtrop
- W.A.H. Melissen
- J.P.J.J. Timmermans
- Rechtspraak.nl
Waarschuwing gerechtsdeurwaarder wegens schending bewaarplicht stukken
In deze zaak staat de klacht van appellant, een betrokkene in een executieprocedure, tegen een gerechtsdeurwaarder centraal. Appellant verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij bewijsmiddelen met betrekking tot de financiële afwikkeling van twee vonnissen heeft vernietigd, wat in strijd zou zijn met de bewaarplicht zoals vastgelegd in de artikelen 17 en 18 van de Gerechtsdeurwaarderswet en de Administratieverordening gerechtsdeurwaarders.
De feiten betreffen onder meer dat appellant was veroordeeld tot betaling van een geldbedrag en dat executiemaatregelen werden getroffen, ondanks dat appellant stelde dat hij aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan. Correspondentie tussen de advocaat van appellant en de gerechtsdeurwaarder, waaronder een faxbrief waarin werd verzocht de executie te staken, werd vernietigd. De gerechtsdeurwaarder stelde dat deze stukken geen bewaarplicht genoten en dat het dossier was geschoond conform interne regels.
Het hof oordeelt dat de vernietiging van de faxbrief van 1 november 2000 in strijd is met de bewaarplicht, omdat deze brief essentieel is voor het kunnen kennen van de rechten en verplichtingen van de gerechtsdeurwaarder. Ook het niet doorzenden van bankafschriften aan de opdrachtgever wordt als onzorgvuldig beoordeeld. De brief van 20 december 2000 valt niet onder de bewaarplicht. Het hof vernietigt de eerdere beslissing, verklaart appellant niet-ontvankelijk voor het deel van de klacht dat het algemeen belang betreft, maar acht de klacht verder gegrond en legt een waarschuwing op aan de gerechtsdeurwaarder.
Uitkomst: Het hof legt de gerechtsdeurwaarder een waarschuwing op wegens schending van de bewaarplicht van administratieve stukken.