ECLI:NL:GHAMS:2004:AQ4960
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Goes
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Geschil over het tijdstip van onvoorwaardelijke toekenning van werknemersopties voor loonbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap, betwistte de naheffingsaanslag loonbelasting over 1999 die was opgelegd vanwege het moment waarop werknemersopties onvoorwaardelijk werden toegekend. De kern van het geschil was of de acceptatie van het addendum, dat de optierechten onvoorwaardelijk maakte, in maart 1999 of pas in oktober 1999 had plaatsgevonden.
Het hof stelde vast dat de werknemers in februari/maart 1999 de optietoekenning hadden geaccepteerd, maar dat het addendum pas uiterlijk in oktober 1999 was ondertekend. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het addendum al in maart 1999 was geaccepteerd, mede omdat werknemers een rekenprogramma hadden ontvangen waarmee zij de fiscale gevolgen konden inschatten en de keuze bewust konden uitstellen.
De inspecteur had de naheffingsaanslag gebaseerd op acceptatie in oktober 1999. Belanghebbende voerde subsidiair aan dat de overeenkomst onder dwaling tot stand was gekomen en dus vernietigbaar was, maar het hof oordeelde dat dit niet afdoet aan het genoten voordeel en de rechtmatigheid van de naheffingsaanslag.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd wegens acceptatie van het addendum in oktober 1999.