ECLI:NL:GHAMS:2004:AP4591
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hilten
- Beukers-van Dooren
- Ettema
- Rechtspraak.nl
Geen schijnhandeling bij overdracht softwarepakket en aftrek voorbelasting omzetbelasting
Belanghebbende, een onderneming die software heeft gekocht van H B.V., bracht de aan haar gefactureerde omzetbelasting als voorbelasting in aftrek. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op omdat hij meende dat sprake was van een schijnhandeling en dat de overdracht viel onder artikel 31 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968, waardoor geen recht op aftrek bestond.
Het Hof stelde vast dat de software nog niet was uitontwikkeld en dat de koopprijs niet volledig was betaald, waarbij de aandeelhouder van belanghebbende een bankgarantie had afgegeven en een financieel verlies had geleden. Dit duidt erop dat het risico bij belanghebbende lag, wat niet verenigbaar is met een schijnhandeling. Daarnaast werd geoordeeld dat het softwarepakket geen onderneming of deel daarvan vormde in de zin van artikel 31.
De inspecteur stelde dat de overdracht onderdeel was van een herstructurering en doorstart van de onderneming van H, maar het Hof vond dat dit niet leidde tot het voortzetten van een algemeenheid van goederen door H Europe B.V. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot het niet-geschil zijnde bedrag en de boetebeschikking vernietigd.
Het Hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en stelde dat belanghebbende recht had op aftrek van de gefactureerde omzetbelasting. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd tot €379 en de boetebeschikking wordt vernietigd.