ECLI:NL:GHAMS:2004:AP4346
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van Loon
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale woonplaats en ambtshalve vaststelling belastbaar inkomen bij vermeende buitenlandse belastingplicht
Belanghebbende betwistte dat hij in 1996 en de daaropvolgende jaren in Nederland woonde en voerde aan dat hij in het buitenland verbleef, met name in Spanje, waar hij ook belasting zou betalen. De inspecteur stelde dat belanghebbende in Nederland woonde en dat het belastbaar inkomen ambtshalve op ƒ 100.000 was vastgesteld vanwege het niet indienen van een aangifte.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende onvoldoende tegenbewijs had geleverd voor zijn stelling dat hij in Spanje woonde en niet in Nederland. Diverse feiten, zoals inschrijvingen in bevolkingsregisters, postadressen, bezit van voertuigen en het toezicht op een schip in Nederland, wezen op een woonplaats in Nederland. Ook werd vastgesteld dat belanghebbende inkomsten had uit de fabricage en handel in verdovende middelen, wat mede bleek uit strafrechtelijke processen-verbaal.
De inspecteur had belanghebbende verzocht om inlichtingen, maar deze had niet volledig of tijdig gereageerd. Op grond van artikel 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) werd het beroep ongegrond verklaard. Het Hof bevestigde de aanslag en de ambtshalve vaststelling van het belastbaar inkomen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de ambtshalve vastgestelde aanslag van ƒ 100.000 wordt bevestigd.