ECLI:NL:GHAMS:2004:AP3843
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- E.M. Vrouwenvelder
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen navordering douanerechten op rozen uit Zuid-Afrika
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had rozen uit Zuid-Afrika ingevoerd en daarbij de douanewaarde aangegeven op basis van factuurprijzen van leverancier G, vermeerderd met vrachtkosten. Later werden echter nabetalingen onder de noemer “profit on sales” gedaan, die niet in de oorspronkelijke aangiften waren verwerkt. De Douanekamer oordeelde dat deze nabetalingen onderdeel uitmaken van de douanewaarde volgens artikel 29, derde lid, onderdeel a, van het Communautair douanewetboek (CDW).
Belanghebbende stelde dat sprake was van consignatieleveringen en dat de navorderingstermijn van drie jaar overschreden was. De Douanekamer verwierp deze stellingen omdat belanghebbende geen bewijs had geleverd van consignatieafspraken en de administratie onvoldoende was om de nabetalingen aan individuele zendingen toe te rekenen. De navorderingstermijn werd terecht verlengd tot vijf jaar op grond van artikel 221, derde lid, CDW, in samenhang met artikel 129 Wet Pro inzake de douane en artikel 22e AWR, omdat sprake was van een strafrechtelijk vervolgbare handeling gericht op ontduiking.
De Douanekamer concludeerde dat belanghebbende als douaneschuldenaar moet worden aangemerkt en dat de inspecteur de douanewaarde correct had vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navordering van douanerechten is ongegrond verklaard.