ECLI:NL:GHAMS:2004:AP2819
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Vergrijpboete wegens opzettelijk onjuiste aangifte vennootschapsbelasting 1999
Belanghebbende X B.V. werd door de inspecteur een vergrijpboete opgelegd wegens het opzettelijk onjuist doen van aangifte vennootschapsbelasting over 1999, specifiek met betrekking tot een borgstellingsvoorziening van ƒ 80.000. Het hof oordeelt dat de inspecteur voldoende bewijs heeft geleverd dat belanghebbende willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangifte onjuist was.
De feiten betreffen een geldleningsovereenkomst tussen de deelneming B B.V. en Z B.V., waarbij belanghebbende garant stond voor een deel van de lening. De borgstellingsvoorziening in de aangifte was hoger dan het maximale garantbedrag, terwijl belanghebbende en haar gemachtigde beschikten over de relevante financiële stukken. Het hof concludeert dat de kennis en handelingen van de gemachtigde aan belanghebbende zijn toe te rekenen.
Belanghebbendes verweer dat de boete alleen bij verborgen feiten kan worden opgelegd en niet bij een zichtbare voorziening op de balans wordt verworpen. Ook een beroep op wanverhouding wordt afgewezen, omdat de boete in verhouding staat tot de ernst van het vergrijp. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de boete van €7.330 bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vergrijpboete van €7.330 bevestigd.