ECLI:NL:GHAMS:2004:AP1808
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens onterecht opgelegde vergrijpboete vennootschapsbelasting
Belanghebbende, X B.V., kreeg een naheffingsaanslag vennootschapsbelasting 1999 opgelegd van € 813.200 met een gelijktijdige boete van ƒ 107.310 op basis van artikel 67e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Na bezwaar werd de boete met 50% verminderd. Het geschil betrof de rechtmatigheid van de vergrijpboete.
Het hof oordeelde dat de inspecteur onvoldoende had gemotiveerd dat belanghebbende opzettelijk of met grove schuld had gehandeld voorafgaand aan de primitieve aanslag. De enkele stelling dat geen aangifte was gedaan, werd door belanghebbende weersproken en kon niet leiden tot het opleggen van een boete. Tevens werd benadrukt dat artikel 67e AWB ziet op gedragingen vóór het opleggen van de primitieve aanslag, niet op het nalaten van handelen daarna.
Het hof vernietigde daarom de boetebeschikking, veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van € 644 en gelastte de Staat het betaalde griffierecht van € 232 aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd wegens het ontbreken van opzet of grove schuld voorafgaand aan de primitieve aanslag.