ECLI:NL:GHAMS:2004:AO9326
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Geen recht op in rechte te beschermen vertrouwen bij foutieve voorlopige aanslag arbeidskorting
Belanghebbende ontving voor het jaar 2001 een voorlopige aanslag met een inkomen uit werk en woning van ƒ 36.000 en een gecombineerde heffingskorting van ƒ 6.007. Bij de definitieve aanslag werd het belastbaar inkomen vastgesteld op ƒ 35.786 met een lagere arbeidskorting van ƒ 183 in plaats van ƒ 2.027 zoals in de voorlopige aanslag.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de voorlopige aanslag en verbeterde haar aangifte, maar de inspecteur verwerkte deze verbeteringen niet volledig correct. Dit leidde tot een te hoge arbeidskorting in de voorlopige aanslag H12. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende aan deze fout een in rechte te beschermen vertrouwen mocht ontlenen.
Het hof oordeelde dat voor een dergelijk vertrouwen vereist is dat de inspecteur een toezegging heeft gedaan of een weloverwogen standpunt heeft bepaald. Dit is niet aannemelijk gemaakt. De fout in de voorlopige aanslag kan niet leiden tot vermindering van de definitieve aanslag, die correct is vastgesteld volgens de wet.
Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de definitieve aanslag gehandhaafd.