ECLI:NL:GHAMS:2004:AO8895
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Den Boer
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beperking heffingsrente na voorlopige aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, had via een vaste inrichting in Nederland een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting voor 2000 ontvangen met een aanzienlijke heffingsrente. Zij had met de inspecteur afgesproken dat vanaf 10 februari 2001 geen heffingsrente verschuldigd zou zijn, maar de aanslag werd pas op 10 maart 2001 opgelegd met volledige rente.
Belanghebbende stelde dat deze afspraak een vaststellingsovereenkomst vormde waarop zij mocht vertrouwen. De inspecteur betwistte dit en hield vast aan de wettelijke renteheffing. Het hof oordeelde dat de inspecteur zich onmiskenbaar had gebonden aan de afspraak en dat deze niet in strijd was met de wet, mede gelet op het matigingsbesluit van de staatssecretaris.
Het hof vond dat de inspecteur het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door de vertraging en dat de financiële gevolgen daarvan niet voor rekening van belanghebbende mochten komen. De heffingsrente werd daarom verminderd tot het overeengekomen bedrag. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het onderzoek naar de schadevergoeding heropend.
Uitkomst: Het hof matigt de heffingsrente tot 913.875 gulden en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.