ECLI:NL:GHAMS:2004:AO8870
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Den Boer
- Van der Ouderaa
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaardering vordering op zustervennootschap in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een vordering in rekening-courant op haar zustervennootschap E BV. Deze vordering was ontstaan door geldverstrekking zonder leenovereenkomst, zekerheden of rente. Na verkoop van E BV aan een derde partij die haar verplichtingen niet nakwam, schreef belanghebbende de vordering af en wilde dit verlies fiscaal verrekenen.
De inspecteur stelde dat de vordering juridisch en economisch reeds was overgegaan op een andere vennootschap voordat de omstandigheden voor afwaardering zich voordeden. Het Hof concludeerde dat belanghebbende geen rechthebbende meer was op de vordering en dat er geen gronden waren voor afwaardering ten laste van haar resultaat.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de vordering in het voorafgaande jaar nog voor nominale waarde was verantwoord en de onttrekking aan het vermogen in het jaar 1999/2000 had plaatsgevonden.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en wees de door belanghebbende gevorderde verliesverrekening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de afwaardering van de vordering wordt niet aanvaard.