ECLI:NL:GHAMS:2004:AO2579
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Berekening aftrek elders belast bij grensoverschrijdende dienstbetrekking en toepassing voorkomingsbreuk
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en in dienst van een Belgische vennootschap met vaste inrichting in Nederland, werkte in 1998 gedurende 26 dagen daadwerkelijk in België. De discussie betrof de juiste berekening van de aftrek elders belast in de Nederlandse inkomstenbelasting, waarbij het geschil lag bij de bepaling van de noemer van de voorkomingsbreuk. Belanghebbende stelde dat alleen de werkelijk gewerkte dagen, exclusief verlof, ziekte en feestdagen, in de noemer moesten worden opgenomen. De inspecteur hanteerde een noemer van 261 dagen, zijnde het aantal kalenderdagen minus weekenddagen.
Het Hof overwoog dat de noemer tijdsevenredig moet worden vastgesteld en dat het arrest van de Hoge Raad van 17 december 1997 (BNB 1998/52) een uniforme toepassing vereist, waarbij individuele omstandigheden zoals ziekte en verlof buiten beschouwing blijven. Dit voorkomt ongelijke behandeling en inconsistenties in loonberekening per dag. Het Hof verwierp het standpunt van belanghebbende en bevestigde de noemer van 261 dagen.
Vervolgens werd de aftrek elders belast vastgesteld op ƒ 2.706, conform de berekening van de inspecteur, wat hoger was dan het aanvankelijk toegekende bedrag. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de aanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder mondelinge behandeling en de mogelijkheid tot cassatie werd vermeld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een aftrek elders belast van ƒ 2.706.