ECLI:NL:GHAMS:2004:AO2441
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep nieuwe eigenaar tegen WOZ-beschikking vorige eigenaar
Belanghebbenden zijn sinds 2 februari 2001 eigenaar van onroerende zaken waarvoor de WOZ-waarde was vastgesteld op naam van de vorige eigenaar, A te R. A heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikkingen en gedeeltelijk gelijk gekregen. De nieuwe eigenaren hebben vervolgens bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking van de vorige eigenaar, maar verweerder heeft dit niet in behandeling genomen omdat zij geen belanghebbenden waren ten tijde van de oorspronkelijke beschikking.
Het hof oordeelt dat ingevolge artikel 30 van Pro de Wet WOZ, in verbinding met artikel 23 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen, alleen degene op wiens naam de WOZ-beschikking is genomen bezwaar kan maken. De nieuwe eigenaren waren op het moment van de beschikking geen belanghebbenden en kunnen daarom geen bezwaar of beroep instellen tegen die beschikking.
Belanghebbenden stelden dat hun bezwaarschrift prematuur was en dat het beroep moest worden aangemerkt als een beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op een nieuw bezwaarschrift. Het hof achtte dit niet ontvankelijk omdat geen nieuwe WOZ-beschikking was genomen en de termijn voor uitspraak nog niet was verstreken.
Daarom verklaart het hof het beroep niet-ontvankelijk en gelast het griffierecht terug te betalen na onherroepelijkheid van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van de nieuwe eigenaar tegen de WOZ-beschikking van de vorige eigenaar is niet-ontvankelijk verklaard.