ECLI:NL:GHAMS:2004:AO1880
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen tuchtklacht kandidaat-notaris inzake nalaten toezending testamenten
De zaak betreft een tuchtklacht tegen een kandidaat-notaris die ervan werd beschuldigd het testament van 3 december 1990 van erflaatster niet te hebben toegezonden aan een andere notaris en slordigheden te hebben begaan in correspondentie met foutieve jaartalvermeldingen.
De klacht was gericht tegen het notariskantoor waar de kandidaat-notaris werkzaam was, maar volgens artikel 98 lid 1 Wet Pro op het Notarisambt kunnen alleen notarissen en kandidaat-notarissen tuchtrechtelijk worden aangesproken. Het hof oordeelde dat de klacht zich richtte tegen een specifieke notaris of kandidaat-notaris en niet tegen het samenwerkingsverband.
Uit het dossier bleek dat de kandidaat-notaris in 2000 niet betrokken was bij het verstrekken van informatie over eerdere testamenten en dat het ontbreken van het testament van 3 december 1990 in het elektronisch kaartsysteem een gevolg was van een incompleet systeem dat was overgenomen. De foutieve jaartalvermelding werd erkend, maar niet als ernstig genoeg beoordeeld om tuchtrechtelijke sancties te rechtvaardigen.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kamer van toezicht en verklaarde de klacht in alle onderdelen ongegrond.
Uitkomst: Het hof verklaart de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond en vernietigt de eerdere beslissing van de kamer van toezicht.