ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ6520
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen weigering douanevrijstelling en omzetbelasting terugbetaling voor terugkerende sieraden
Belanghebbende, een Britse staatsburger woonachtig in Nederland, werd op 13 november 2000 bij aankomst op Schiphol gecontroleerd door de douane. Zij had 23 sieraden bij zich, waarvan zestien sieraden werden belast met douanerechten en omzetbelasting. Belanghebbende voerde aan dat het ging om terugkerende goederen die zij al langer in bezit had, ondersteund met foto’s waarop zij de sieraden draagt, en een factuur van een juwelier.
De inspecteur wees het verzoek om kwijtschelding af omdat het bewijs onvoldoende was, met name omdat de foto’s niet konden aantonen dat de sieraden al eerder in het douanegebied waren en de factuur niet overeenkwam met de gewichten van de sieraden. Belanghebbende maakte bezwaar en bracht het beroep in bij de Douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam.
De Douanekamer oordeelde dat de bewijslast voor particuliere reizigers niet onredelijk zwaar mag zijn en dat de douane onvoldoende objectieve criteria had aangevoerd om de aangifte van belanghebbende te betwijfelen. De foto’s en verklaringen werden als voldoende aannemelijk beschouwd dat het om terugkerende goederen ging. Daarom werd de vrijstelling van douanerechten en omzetbelasting toegekend en de eerdere besluiten vernietigd.
De inspecteur werd veroordeeld tot terugbetaling van de geheven bedragen en tot vergoeding van de proceskosten. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende terugbetaald. De uitspraak werd op 21 mei 2003 door de voorzitter van de Douanekamer uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de weigering tot kwijtschelding van douanerechten en omzetbelasting wordt vernietigd met terugbetaling aan belanghebbende.