ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ3685
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.H.M. Possen
- J.J.A.M. Kennis
- K.J.L. Hesselt van Dinter
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige onttrekking aan douanetoezicht leidt tot douane-, omzetbelasting- en accijnsschuld
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had goederen onder douanetoezicht ontvangen die ambtelijk verzegeld waren. Na aankomst werden deze goederen gelost en opgeslagen in een loods zonder douane-entrepotstatus, waarbij de verzegeling door het personeel van belanghebbende werd verbroken zonder toestemming van de douane. Kort daarna vond diefstal van een deel van de goederen plaats.
Belanghebbende voerde aan dat het verbreken van de verzegeling niet als onttrekking aan het douanetoezicht kon worden beschouwd en dat de onttrekking door de dieven had plaatsgevonden. De inspecteur stelde dat het verbreken van de verzegeling door belanghebbende zelf had plaatsgevonden en dat daarmee de onttrekking was gerealiseerd, waardoor zij schuldenaar werd van de douane-, omzetbelasting- en accijnsschulden.
De Douanekamer oordeelde dat het begrip onttrekking ruim moet worden uitgelegd als elke handeling die de douaneautoriteiten de toegang tot de goederen ontzegt. Het verbreken van de verzegeling zonder toestemming was een onttrekking door belanghebbende zelf, ongeacht de daarop volgende diefstal. Hierdoor ontstonden de genoemde belastingschulden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de boete kwam te vervallen.
De zaak benadrukt het belang van het naleven van douaneregelingen en de gevolgen van het verbreken van douaneverzegelingen zonder toestemming, ook als dit gebeurt met het oog op het voorkomen van diefstal.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanspraken op douane-, omzetbelasting- en accijnsschulden worden bevestigd.