ECLI:NL:GHAMS:2003:AP1546
Gerechtshof Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep rijschoolhouder inzake aftrek werkruimte in woning
Belanghebbende, een rijschoolhouder, maakte aanspraak op aftrek van kosten voor een werkruimte in zijn woning aan de a-straat 1 te Z. De werkruimte werd vanaf 1 september 1999 gebruikt door zijn VOF en BV, die hij samen met zijn echtgenote exploiteerde. De inspecteur verhoogde het belastbare inkomen vanwege toepassing van artikel 8b, eerste lid, letter a, van de Wet IB, omdat niet voldaan zou zijn aan de voorwaarden voor aftrek.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende vanaf 1 september 1999 meer dan 70% van het gezamenlijke bedrag van winst en inkomsten uit arbeid in of vanuit de werkruimte behaalde en of ten minste 30% van die inkomsten in de werkruimte werd verworven. Het hof oordeelde dat de beoordeling vanaf 1 september 1999 moet plaatsvinden, omdat de werkruimte toen in gebruik werd genomen.
Belanghebbende maakte aannemelijk dat hij aan beide voorwaarden voldeed. Hij verrichtte administratieve werkzaamheden, planning, coördinatie, theorielessen en onderhoud van lesvoertuigen in de werkruimte. De inspecteur stelde dat inkomsten uit arbeid voor de BV niet mee zouden tellen, maar het hof verwierp dit en wees op de expliciete wettelijke tekst.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden uitspraak, verminderde de aanslag tot een belastbaar bedrag van ƒ 61.106 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd mondeling gedaan op 16 december 2003 door mr. Dutmer, lid van de belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep van de rijschoolhouder werd gegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1999 werd verminderd.