ECLI:NL:GHAMS:2003:AO7577
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Lubbers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van heffingsrente bij niet tijdige voorlopige aanslag vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de vastgestelde heffingsrente over een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 1998. De heffingsrente was vastgesteld op ¦ 477.366, terwijl belanghebbende vermindering tot ¦ 231.540 vorderde.
Het geschil betrof de vraag of de heffingsrente verminderd moest worden omdat de voorlopige aanslag niet binnen drie maanden na aangifte was opgelegd. Belanghebbende stelde dat de wetgever beoogde dat binnen drie maanden een aanslag wordt opgelegd, en dat bij overschrijding zonder objectieve rechtvaardiging de rente gematigd moet worden. Tevens werd een beroep gedaan op gewekt vertrouwen door uitlatingen van de staatssecretaris tijdens de parlementaire behandeling.
Het Hof oordeelde dat de parlementaire uitlatingen beleidsmatig zijn en niet leiden tot een recht op vermindering van heffingsrente zonder een duidelijk en volledig verzoek om voorlopige aanslag. In deze zaak ontbrak een dergelijk verzoek, waardoor het beroep op gewekt vertrouwen en vermindering van heffingsrente werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op vermindering van heffingsrente wordt ongegrond verklaard.