ECLI:NL:GHAMS:2003:AO5357
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Bijlsma
- M.E. van Hilten
- K. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen tariefindeling rijst in douanerecht
Belanghebbende, een besloten vennootschap, maakte bezwaar tegen de indeling van een zending rijst in het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT), waarbij de inspecteur de goederen anders classificeerde dan door belanghebbende aangegeven. Na een monstername en laboratoriumonderzoek werd de rijst ingedeeld onder post 1006 30 98 in plaats van 1006 40 00 zoals door belanghebbende opgegeven.
De Douanekamer stelde vast dat belanghebbende aanwezig was bij de monsterneming en geen bezwaar had gemaakt tegen de wijze daarvan. Het monster werd als representatief beschouwd en het laboratoriumadvies ondersteunde de indeling door de inspecteur. Belanghebbende had geen heronderzoek gevorderd.
De Douanekamer oordeelde dat de inspecteur terecht de goederen anders had ingedeeld dan in de aangifte was vermeld. Tevens werd het beroep afgewezen wegens het ontbreken van een gegronde klacht over de termijn van de uitspraak op bezwaar, die binnen de wettelijke termijn was gedaan.
De Douanekamer verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 1 april 2003 en is vatbaar voor cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de tariefindeling van de rijst wordt ongegrond verklaard.