ECLI:NL:GHAMS:2003:AO0718
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Onnes
- J. Steenbergen
- J. Holdert
- Rechtspraak.nl
Verboden discriminatie bij heffing niet geactiveerde goodwill in vermogensbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag vermogensbelasting waarin de inspecteur de waarde van zijn aandelen verhoogde met niet geactiveerde goodwill. Belanghebbende stelde dat deze goodwill niet tot de heffingsgrondslag behoort, omdat vergelijkbare ondernemingen gedreven door natuurlijke personen deze niet in de heffing betrekken, wat een verboden discriminatie oplevert volgens artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR).
Het Hof oordeelde dat het niet betrekken van niet geactiveerde goodwill bij eenmanszaken inderdaad leidt tot ongelijke behandeling ten opzichte van aandelen in vennootschappen, en dat deze discriminatie in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro. De problematiek rond waardebepaling van goodwill biedt onvoldoende rechtvaardiging voor deze ongelijke behandeling.
Echter, het Hof vond dat het doorvoeren van de door belanghebbende voorgestelde oplossing (het geheel niet belasten van niet geactiveerde goodwill) nieuwe ongelijkheden zou veroorzaken, bijvoorbeeld bij aandelen met kooprechten of beursgenoteerde ondernemingen. Bovendien is de Wet op de vermogensbelasting 1964 inmiddels ingetrokken, waardoor de discriminatie zich niet meer voordoet.
Daarom zag het Hof onvoldoende reden om in het rechtstekort te voorzien en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vermogensbelasting wordt bevestigd.