ECLI:NL:GHAMS:2003:AN9676
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Slijpen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffingsrente bij vastgestelde aanslag inkomstenbelasting 2000
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de heffingsrente die de inspecteur in rekening bracht bij de vastgestelde aanslag inkomstenbelasting over het jaar 2000. Hij stelde dat hij geen heffingsrente verschuldigd was omdat hij geen liquide middelen had om rentegevend te beleggen, mede vanwege de staking van zijn onderneming en het overbrengen van het pand naar zijn privévermogen.
Het Hof overwoog dat heffingsrente bedoeld is als compensatie voor niet genoten rente door de schatkist of belanghebbenden en dat het in rekening brengen daarvan bij de vastgestelde aanslag terecht is. De stelling van belanghebbende dat hij geen rente heeft genoten doet hieraan niet af, aangezien hij bij het betalen van de aanslag middelen had moeten vrijmaken, wat bij gebrek aan liquide middelen ook kosten met zich mee kan brengen.
Verder stelde belanghebbende dat de aanslag eerder had moeten worden opgelegd, waardoor de heffingsrente lager zou zijn geweest. Het Hof oordeelde dat de aanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd en dat het wettelijke regime niet vereist dat de heffingsrente wordt verminderd omdat de aanslag niet eerder is opgelegd.
De hoogte van de heffingsrente werd niet betwist en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden waren.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de heffingsrente is ongegrond verklaard en de heffingsrente is terecht in rekening gebracht.