ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7012
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- De Winter
- Wiewel
- Fasseur
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij overtreding effectenverkeersvoorschrift
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld voor meervoudige overtreding van een voorschrift uit de Wet toezicht effectenverkeer 1995, met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden en een betalingsverplichting van f 56.085,- (ongeveer €25.450,26) ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
In hoger beroep heeft het gerechtshof de straf verminderd tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar. Het hof stelde vast dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel had verkregen ter hoogte van €25.450,26, gebaseerd op bewijsmiddelen.
Hoewel sprake was van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, achtte het hof de compensatie in de hoofdzaak toereikend en paste het geen matiging toe op de betalingsverplichting. Het vonnis waarvan beroep werd vernietigd en het hof stelde de betalingsverplichting tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel definitief vast op €25.450,26.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €25.450,26 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden.