ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3382
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting aanmerkelijkbelanghouder en echtgenoot van werknemersspaarregelingen toegestaan
Belanghebbende, enig aandeelhouder van A B.V., voerde beroep aan tegen naheffingsaanslagen loonbelasting vanwege uitsluiting van werknemersspaarregelingen voor hemzelf en zijn echtgenoot, die de enige werknemers zijn van de vennootschap. Het geschil betrof de uitleg van artikel 23 van Pro de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen (URWW).
Het Hof oordeelde dat werknemersspaarregelingen per inhoudingsplichtige worden beoordeeld en dat het feit dat een dochtervennootschap binnen hetzelfde concern andere werknemers heeft, niet leidt tot een gezamenlijke regeling. De stelling dat de regeling onrechtmatig onderscheid maakt tussen situaties werd verworpen omdat de ministeriële regelgever omwille van uitvoerbaarheid een afwijkende regeling mocht treffen.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Het Hof wees proceskostenveroordeling af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden. De uitspraak verving de mondelinge uitspraak van 5 maart 2003 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitsluiting van aanmerkelijkbelanghouders en hun echtgenoten van werknemersspaarregelingen bevestigd.