ECLI:NL:GHAMS:2003:AL3356
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt vergrijpboete wegens gebrek aan bewijs van opzet bij onjuiste belastingaangifte Tante-Agaathleningen
Belanghebbende en zijn echtgenote hadden samen leningen verstrekt aan hun zoon, die in financiële problemen kwam en de leningen kwijtscheldde. Belanghebbende claimde in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 een verlies van f 100.000, terwijl volgens de wet slechts f 50.000 aftrekbaar was. De inspecteur corrigeerde dit en legde een vergrijpboete op wegens het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte.
Het hof oordeelt dat de inspecteur niet heeft bewezen dat belanghebbende of diens adviseur opzettelijk een onjuiste aangifte hebben gedaan of willens en wetens een aanmerkelijke kans op onjuistheid hebben aanvaard. Hoewel de aangifte niet voldeed aan de eisen van duidelijkheid en toelichting, was er geen bewijs van opzet. De adviseur ging ervan uit dat de inspecteur over voldoende informatie zou beschikken om de aanslag correct te verwerken.
De inspecteur had ook geen uitstel verleend voor het doen van de aangifte, waardoor het ontbreken van een beschikking bij de aangifte geen boetebasis kon vormen. Verwijtbaar handelen van de adviseur in correspondentie met de inspecteur kon niet worden aangemerkt als het doen van aangifte in de zin van artikel 67d AWR.
Het hof vernietigt de vergrijpboete, handhaaft de aanslag en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak bevestigt dat voor het opleggen van een vergrijpboete bewijs van opzet of bewust aanvaarden van een aanmerkelijke kans vereist is.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt vernietigd wegens gebrek aan bewijs van opzet bij het doen van een onjuiste aangifte.