ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1579
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Driessen-Poortvliet
- Hermans
- Wortmann
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake gezagsverzoek vader na overlijden moeder met testamentaire voogdij
De zaak betreft een verzoek van de vader om het gezag over zijn minderjarige dochter te verkrijgen nadat de moeder, die het gezag uitoefende, was overleden. De moeder had in haar testament de voogdij aan haar vriendin opgedragen, die deze voogdij heeft aanvaard. De rechtbank had de vader met het gezag belast, maar de voogdes ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof overwoog dat de wetgever aan gezag door een ouder de voorkeur geeft boven een testamentaire voogd, tenzij er gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind bij toewijzing van het verzoek worden verwaarloosd. Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en het psychologisch onderzoek bleek dat de minderjarige vastzit in een conflict tussen de volwassenen en dat een verhuizing naar de vader zou leiden tot verlies van belangrijke contacten en emotionele onrust.
De vader toonde onvoldoende inlevingsvermogen in de situatie van het kind en stelde de minderjarige voor volwassen keuzes die zij niet kon maken. Het hof achtte aannemelijk dat de vader niet in staat is de noodzakelijke rust te bieden voor de emotionele ontwikkeling van de minderjarige. Daarom werd het verzoek van de vader afgewezen en de beschikking van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader om het gezag over zijn minderjarige dochter te verkrijgen is afgewezen.