ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1327
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Steenbergen
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Geen verkapte winstuitdeling bij betaling borgstelling en vergoeding werknemer door D B.V.
De broers X en Y zijn elk voor 50% aandeelhouder en directeur van D B.V., die goederenvervoer en handel in zand en grind verricht. In 1998 betaalde D B.V. ƒ 27.500 aan de Rabobank vanwege een borgstelling voor Stichting F en ƒ 2.500 aan een werknemer van die stichting. De inspecteur kwalificeerde deze betalingen als verkapte winstuitdeling aan de aandeelhouders en legde een navorderingsaanslag op.
Het hof stelt vast dat de waarde van de betalingen niet direct of indirect aan de aandeelhouders is toegevallen. De inspecteur kon niet aannemelijk maken dat de betalingen zijn gedaan om de aandeelhouders te bevoordelen. De betrokkenheid van D B.V. bij Stichting F was zakelijk gericht op transportopdrachten in verband met biologische fruithandel, niet op persoonlijke belangen in hoogstamfruit.
Gezien de feiten, verklaringen en stukken concludeert het hof dat er geen sprake is van een winstuitdeling. De navorderingsaanslag wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak bevestigt dat zakelijke transacties niet snel als winstuitdeling mogen worden aangemerkt zonder voldoende bewijs van bevoordeling.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd omdat geen verkapte winstuitdeling is aangetoond.