ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0313
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de uitsmeerregeling bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001, waarbij een belastbaar inkomen van €33.806 was vastgesteld en een te betalen bedrag van €2.766 resteerde na verrekening van heffingskortingen en voorheffingen. De aanslag werd gehandhaafd, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof.
Belanghebbende ontving een uitkering krachtens de Wet uitkering burgeroorlogsslachtoffers (Wubo) voor de jaren 1999-2001. De kern van het geschil was de toepassing van de uitsmeerregeling, een regeling die belastingvermindering biedt bij nabetaalde inkomsten om progressienadelen te verzachten. De inspecteur stelde dat deze regeling pas na oplegging van een definitieve aanslag kan worden toegepast, terwijl belanghebbende betoogde dat deze ook bij voorlopige aanslagen moet gelden.
Het Hof oordeelde dat de uitsmeerregeling, hoewel bedoeld voor definitieve aanslagen, ook bij voorlopige aanslagen toegepast kan worden op grond van artikel 13, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de continuïteit van de regeling. Hierdoor werd de voorlopige aanslag verminderd met €2.159 tot €607. Proceskosten werden niet toegewezen. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de inspecteur vernietigd.
Uitkomst: De voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2001 wordt verminderd met €2.159 op grond van de uitsmeerregeling.