ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0246
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bijl
- Beukers-Van Dooren
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Geen verlies uit aanmerkelijk belang door faillissement en ontbinding van B.V.
Belanghebbende was aandeelhouder van A B.V., waarvan het faillissement op 11 september 1995 werd uitgesproken en op 11 juli 1996 werd opgeheven wegens gebrek aan baten, waarna de B.V. werd ontbonden. Belanghebbende had een aanslag inkomstenbelasting ontvangen over 1996, waarbij hij een verlies uit aanmerkelijk belang claimde ter grootte van zijn nominale aandelenkapitaal van ƒ 75.000.
Het hof oordeelde dat het beroep ontvankelijk was, ondanks dat het beroepschrift na de reguliere termijn was ingediend, omdat de inspecteur belanghebbende binnen de beroepstermijn had geïnformeerd over de mogelijkheid tot beroep. Vervolgens stelde het hof vast dat noch het faillissement noch de ontbinding van de B.V. een vervreemding van aandelen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 vormde.
Zelfs als sprake zou zijn van een vervreemding, zou de overdrachtsprijs minimaal gelijk zijn aan het gestorte kapitaal, waardoor geen verlies uit aanmerkelijk belang kan worden aangenomen. Belanghebbende trok zijn stelling dat de vordering op de B.V. moest worden afgewaardeerd in. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat noch het faillissement noch de ontbinding van de B.V. een vervreemding van aandelen vormt en dus geen verlies uit aanmerkelijk belang is geleden.