ECLI:NL:GHAMS:2003:AH8903
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt binnenlandse belastingplicht en weigert aftrek kantoorruimte en reiskosten
Belanghebbende, die in de jaren 1996 en 1997 deels in Denemarken werkte en woonde, betwistte de Nederlandse binnenlandse belastingplicht en voerde aan dat hij in Denemarken woonde. Het hof stelde vast dat belanghebbende duurzame banden met Nederland had, waaronder eigendom van een woning, inschrijving in de basisadministratie, en werkzaamheden in Nederland. Hierdoor werd hij als binnenlands belastingplichtige aangemerkt.
Belanghebbende verzocht om aftrek van kosten voor een kantoorruimte in zijn woning, stellende dat 100% van zijn in Nederland verdiende inkomsten daar werd verworven. Het hof oordeelde dat dit niet aannemelijk was, mede omdat onderwijsactiviteiten elders plaatsvonden en geen concrete gegevens over advieswerk waren verstrekt. Ook werden de Deense arbeidsinkomsten meegeteld, waardoor aftrek werd geweigerd.
Verder betwistte belanghebbende de toerekening van reiskosten Nederland-Denemarken in het kader van dubbele belasting. Het hof oordeelde dat de reiskosten zijn gemaakt om vanuit Nederland de Deense inkomsten te verwerven, en dat de inspecteur terecht de reiskosten aan de Nederlandse inkomsten toerekende. Ten aanzien van de premies volksverzekeringen werd bevestigd dat belanghebbende terecht als premieplichtige in Nederland werd aangemerkt.
Het hof verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de inspecteur alsnog een beschikking moet nemen over de voorkoming van dubbele belasting voor 1997. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de binnenlandse belastingplicht en handhaaft de aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen voor 1996 en 1997.