ECLI:NL:GHAMS:2003:AH8548
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Schaap
- Goes
- Rechtspraak.nl
Belanghebbende terecht als ondernemer aangemerkt voor exploitatie onroerende zaken
Belanghebbende, die onroerende zaken exploiteert die zij samen met haar vader en zwager ontwikkelde en bouwde, stelde dat deze panden vanaf het overlijden van haar echtgenoot in 1982 tot haar privévermogen behoorden. De inspecteur kwalificeerde de exploitatie als winst uit onderneming en legde aanslagen inkomstenbelasting op over 1998 en 1999.
Het hof stelt vast dat belanghebbende sinds voor de Tweede Wereldoorlog als ondernemer heeft gefungeerd in samenwerkingsverbanden met haar vader en zwager, beiden aannemers, en dat zij medefirmant en beherend vennoot was in verschillende vennootschappen. Het hof oordeelt dat de exploitatie van onroerende zaken in dit kader als onderneming moet worden aangemerkt, ook na het overlijden van haar vader in 1971 en haar echtgenoot in 1982.
Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij haar onderneming heeft gestaakt of dat de omvang daarvan wezenlijk is gewijzigd. De onroerende zaken behoren derhalve terecht tot haar ondernemingsvermogen. De aanslagen over 1998 en 1999 zijn daarom terecht opgelegd en de beroepen worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanslagen inkomstenbelasting over 1998 en 1999 zijn terecht opgelegd omdat belanghebbende als ondernemer moet worden aangemerkt.