ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9797
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling economische huurwaarde werkruimte in eigen woning als inkomen uit vermogen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de belastingaanslag inkomstenbelasting 1999, omdat hij meende dat de economische huurwaarde van de werkruimte in zijn woning niet als inkomen uit vermogen mocht worden belast. Het geschil betrof of deze huurwaarde als inkomen uit vermogen moet worden aangemerkt en of de wetstoepassing onredelijk en willekeurig was vanwege de asymmetrie dat de kosten niet ten laste van de winst konden worden gebracht, terwijl de huurwaarde wel als inkomen werd belast.
Het Hof overwoog dat uit het systeem van de Wet IB volgt dat voordelen uit onroerende zaken in eigen gebruik tot inkomsten uit vermogen behoren. De werkruimte in de woning valt niet onder de eigen woning in de zin van artikel 42a Wet IB, waardoor de economische huurwaarde als inkomen uit vermogen moet worden belast. De wetgever heeft bewust gekozen voor deze asymmetrie, zoals blijkt uit de parlementaire geschiedenis.
Belanghebbendes beroep dat deze wetstoepassing onredelijk is, werd verworpen omdat de rechter niet bevoegd is om de billijkheid van de wet te toetsen. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen sprake was van een duidelijke gedragslijn van de inspecteur die tot vertrouwen kon leiden. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de economische huurwaarde van de werkruimte wordt als inkomsten uit vermogen belast.