ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8224
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Lingen
- Tilleman
- Peters
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot 9 jaar gevangenisstraf voor doodslag in relationele sfeer
Verdachte heeft zijn vriendin met een mes in de hartstreek gestoken, wat leidde tot haar overlijden. Hij stelde dat hij niet opzettelijk handelde en verwees naar een mogelijke partiële dissociatie. Diverse deskundigen rapporteerden over een lichte vermindering van toerekeningsvatbaarheid, maar waren niet eensluidend over de aanwezigheid van een acute dissociatieve stoornis.
Het hof verwierp het verweer dat sprake was van psychische overmacht of het ontbreken van opzet. De verdachte handelde willens en wetens met het opzet tot levensberoving. Het hof sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, maar veroordeelde hem voor het subsidiair ten laste gelegde, namelijk doodslag.
De rechtbank legde in eerste aanleg een gevangenisstraf van acht jaar op, maar het hof achtte dit onvoldoende gezien de ernst van het feit en de omstandigheden. Gezien de lichte vermindering van toerekeningsvatbaarheid werd een gevangenisstraf van negen jaar opgelegd, met aftrek van de reeds doorgebrachte tijd in voorlopige hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor doodslag met lichte vermindering van toerekeningsvatbaarheid.